Waar Jezus jouw leven voor
eeuwig kan veranderen

Wat wij geloven


 

1. GODS GEÏNSPIREERDE WOORD:

  1. Het kerkgenootschap heeft als leidraad en uitgangspunt het woord en de autoriteit van de Bijbel als zijnde het absolute, ware Woord van God.
  2. De Bijbel is de onfeilbare richtlijn voor het geloof en het gedrag. De Bijbel staat boven het geweten en redeneringen, maar staat niet afwijzend tegenover redenering.
  3. (2 Tim. 3:15-16; 1 Kor. 2:13; 1 Pet. 2:2)

2. DE ENIGE WARE GOD:

  1. De enige ware God heeft Zichzelf geopenbaard als de Eeuwige Zelf-Bestaande, Zelf-Geopen­baarde "IK BEN" en Hij heeft Zichzelf verder geopenbaard als de Drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
  2. (Deut. 6:4; Mk. 12:29; Jes. 43:10,11; Mat. 28:19; Gal. 3:20)

3. DE MENS, ZIJN VAL EN VERLOSSING:

  1. De schepping, de test en de val van de mens, zoals beschreven in het boek Genesis, bewijst de totale verdorven­heid en onbekwaamheid van de mens om goddelijke gerechtigheid te verkrijgen. De enige hoop voor de mens is Jezus Christus, de Zoon van God.
  2. (Gen. 1:26-31; Gen. 3:1-7; Rom. 5:12-21)

4. JEZUS CHRISTUS DE ENIGE REDDER VAN DE MENSHEID:

  1. De Redder van de mensen is de Heer, Jezus Christus, ontvangen uit de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, zijnde totaal Gode gelijk en de mensen gelijk.
  2. (Luc. 1:30-35; Joh. 1:18; Jes. 9:6)

5. DE REDDING VAN DE MENS:

  1. De genade van God, die redding brengt, is verschenen aan alle mensen, door de prediking van berouw en bekering tot God en het geloof in Jezus Christus. De mens wordt gered door het bad der weder­geboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest en hij wordt gerechtvaar­digd door genade door het geloof en zodoende een erfgenaam van God overeenkomstig de hoop van eeuwig leven. (Tit. 2:11; Rom. 10:8-10; Rom. 10:13-15; Luc. 2:45-47; Tit. 3:5-7)
  2. De redding van zondaren komt door genade alleen, door geloof in het perfecte en toereikende werk aan het kruis van Golgotha, waardoor wij vergeving van zonden en eeuwig leven verkrijgen. (Ef. 2:8-9; Hebr. 9:12, 22; Rom. 5:1)
  3. Het Evangelie van de genade van God is het goede nieuws dat Jezus stierf voor onze zonden, begraven werd, ten derde dage opstond uit de dood voor onze rechtvaardiging.
  4. (1 Kor. 15:1-4; Rom. 4:25)

6. DOOP IN WATER:

  1. De waterdoop van gelovigen vindt plaats door middel van onderdom­peling in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest overeenkomstig de Schrif­ten.
  2. Mat. 28:19; Hand. 8:37-38; Hand. 10:47-48; Hand. 19:5; Rom. 6:4

7. DOOP IN DE HEILIGE GEEST:

  1. De doop in de Heilige Geest is een ervaring volgend op redding, met daarbij het schriftuurlijke bewijs van het spreken in andere tongen, zoals de Geest het geeft uit te spreken.
  2. Luc. 24:49; Hand. 1:8; Hand. 2:1-4; Hand. 2:38-39; Hand. 10:44-47; Hand. 11:15-17; Hand. 19:1-7

8. DE GAVEN VAN DE HEILIGE GEEST:

  1. De gaven van de Heilige Geest zijn de gaven zoals opgesomd in de Bijbel en gepraktiseerd in de eerste kerk. 1 Kor. 12:1 e.v.; 1 Kor. 14:1 e.v.; Hand. 5:12-16

9. HET LEVEN VAN EEN CHRISTEN:

  1. Het Geestvervulde leven is een leven in afscheiding van de wereld en de vervolmaking van heiligheid in de vrees van God als een uitdrukking van het christelijk geloof.
  2. (Ef. 5:18; 2 Kor. 6:14-7:1)

10. DE KERK:

  1. Christus bouwt Zijn kerk. De kerk zijn de uitgeroepenen die zich verzamelen in Zijn Naam op een plaats waar een geestelijk werk plaatsvindt. De kerk is het Lichaam van Christus, de woonplaats van God door de Geest, met een Goddelijke aanstelling voor de vervulling van de grote opdracht om in de gehele wereld te gaan en discipelen te maken van alle volkeren. Elke gelovige, geboren uit de Geest, is een integraal gedeelte van de algemene vergadering (Hebr. 12:23 Stat. vert.) en de Gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemel opgeschreven zijn.
  2. (Mat. 16:18; Mat. 28:19; Ef. 1:22-23; Ef. 2:22; Hebr. 12:23)

11. DE BEDIENING VAN DE KERK:

  1. Een Goddelijk geroepen en door de Teksten gewijde bediening is door onze Heer voorzien van een tweevoudig doel: (1) De beëvangelisatie van de wereld en (2) het richting geven aan de opbouw van het Lichaam van Christus.
  2. (Mat. 28:19; Marc. 16:15-20; Mat. 24:14; Ef. 4:11-16)

12. GODDELIJKE GENEZING:

  1. De genezing van het lichaam door Goddelijke kracht is de Goddelijke genezing, die in vele aspecten werd gepraktiseerd in de eerste kerk. Genezing is een resultaat van de bloedverzoening van Christus, en alle gelovigen kunnen daarvoor bidden.
  2. (Jes. 53:5; Mat. 8:16-17; Hand. 3 :1-22; Hand. 4:30; Jak. 5:14, 15)

13. HET AVONDMAAL:

  1. Het Avondmaal, ter nagedachtenis van onze Heer, is voor de gelovigen. (1 Kor. 11:23-32)

14. DE 2e KOMST VAN CHRISTUS, OF DE GEZEGENDE HOOP:

  1. De lichamelijke Hemelvaart van Jezus, die plaats neemt op de Troon, Zijn persoonlijke komst voor Zijn kerk, om hen die reeds ontslapen zijn in Christus en hen die nog leven samen op te nemen in de hemel. Dan zal er ook een algemene opstanding plaatsvinden en het laatste oordeel.
  2. (Luc. 24:15; Ef. 1:20; Hand. 7:54-58; Hebr. 1:3; 1 Thes. 4:13-18; Rom. 8:23; Tit. 2:13; 1 Kor 15:51-58; Op. 11:15)

15. HET DUIZENDJARIG RIJK VAN JEZUS:

  1. De openbaring van de Heer Jezus Christus uit de hemel, de redding van de natie Israël en het duizendjarig rijk van Christus op aarde, is de Bijbelse belofte en de hoop voor de wereld.
  2. (2 Thes. 1:7; Op. 19:11-14; Op. 20:1-7; Rom. 11:26-27)

16. DE REALITEIT EN PERSOONLIJKHEID VAN SATAN:

  1. Satan heeft veel namen in de Bijbel, is reëel en heeft een persoon­lijkheid.
  2. (Job 1:6-3:1; 2 Kor. 11:14)

17. BESTEMMING VAN ELKE PERSOON:

  1. Het eeuwige leven van de gelovige (Joh. 5:42; Joh. 10:28) en de eeuwige straf voor de ongelovige. Marc. 9:43-48; 2 Thes. 1:9; Op. 20:10-15

18. DE NIEUWE HEMEL EN DE NIEUWE AARDE:

  1. Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerech­tigheid woont. 2 Petr. 3:13

19. DE SOEVEREINE, AUTONOME LEIDING OVER DE PLAATSELIJKE KERK:

  1. Het kerkgenootschap gelooft in zelfondersteunend, zelfvoorzienend werk, de kerk, die in zichzelf alles bezit wat het nodig heeft voor het vervullen van de grote opdracht van de kerk: het opleiden en aanstellen van werkers in ambten binnen de plaat­selijke kerk en het toerusten en vrij­maken van werkers voor het werk in het oogstveld of zendingsveld en het voorzien in de noden binnen het Lichaam.
  2. (Mat. 18:17; Hand. 6:1-8; Hand. 15:22; 1 Kor 16:12)